mavo

Algemeen

 

Algemeen

De mavoafdeling bestaat uit de leerjaren 1 t/m 4. Het Heerbeeck College heeft een licentie om het  Bèta Challenge Programma (BCP) aan te bieden op het mavo. Het doel van het BCP is om mavoleerlingen beter voor te bereiden op de toekomst in de Brainportregio. Dit kan door ze meer kennis en inzicht te geven van de beroepenwereld door:
leerlingen te laten werken aan praktijkgerichte bedrijfsopdrachten;
– bedrijfsbezoeken en gesprekken met beroepsbeoefenaren;
– vaardigheden te vergroten.

Brugklas mavo

 

Brugklas

Leerlingen in de brugklas mavo krijgen twee uur per week het vak Mavo Challenge Programma (MCP) als onderdeel van het Bèta Challenge Programma.

Het Mavo Challenge Programma (MCP) heeft de volgende doelstellingen:
– vaststellen wat de leerling kan en beheerst;
– de leerling maakt kennis met een aantal beroepen uit de bètawerelden vanuit een maatschappelijke context en betrokkenheid;
– de leerling leert samen te werken in een groep, een planning te maken en te volgen en de leerling kan een eindopdracht presenteren;
– de leerling vergroot het inzicht in zijn/haar eigen functioneren en handelen en zijn/haar invloed hierop;
– de l
eerling leert verantwoordelijkheid te nemen voor zijn/haar eigen leerproces;
– de leerling beheerst de basiscomputervaardigheden zoals het werken met Word, e-mailen, het maken van PowerPointpresentaties en mappenbeheer;
– de l
eerlingen maken kennis met het digitale portfolio van Peppels.

Meer informatie over mavo-1 vindt u in onze mavo-gids leerjaar 1.

Leerjaren 2,3 en 4

 

Leerjaren 2, 3 en 4

In klas twee wordt gestart met de loopbaanoriëntatie. Dit gebeurt onder andere in de studielessen en er is een eerste kennismaking met het mbo. Aan het einde van klas 2 maken leerlingen een eerste keuze in de vakken waarmee ze in klas drie verder willen gaan. Naast een keuze tussen muziek en handvaardigheid moeten leerlingen dan vier van de volgende zeven vakken kiezen : Frans, Duits, wiskunde, natuurkunde (NS1), biologie, economie en LO2. NS1 kan niet worden gekozen zonder wiskunde. Naast deze keuzevakken volgen de leerlingen nog een aantal verplichte vakken, zie hiervoor het profielkeuzeformulier. Doubleren in klas twee is in principe niet toegestaan. Meer informatie over mavo-2 vindt u in onze mavo-gids leerjaar 2.

In klas twee wordt het rekenprogramma van de brugklas voortgezet in de lessen wiskunde. Daarna krijgt dit programma ook in leerjaar drie en vier een vervolg. In leerjaar drie staat het voor 0,5 uur op het rooster, in leerjaar 4 worden leerlingen via maatwerk nog eventueel bijgespijkerd.

In leerjaar drie begint het examen voor de leerlingen, want voor de meeste vakken worden dan de eerste schoolexamens, P(rogramma) van T(oetsen) en A(fsluiting) genoemd, afgenomen. De leerlingen zijn in leerjaar drie verplicht een arbeidsoriënterende stage van vijf dagen te volgen. Deze stage staat in relatie tot de profielkeuze.

Aan het einde van leerjaar drie kiezen de leerlingen een vakkenpakket (van ten minste zes vakken) dat past binnen een van de volgende profielen: Techniek, Zorg en Welzijn, Economie of Landbouw. De loopbaanoriëntatie wordt in klas drie voortgezet. Meer informatie over mavo-3 vindt u in onze mavo-gids leerjaar 3.

In klas vier staat er veel in het teken van het schoolexamen (de PTA’s) en het centraal schriftelijk eindexamen. Leerlingen in 4-mavo maken dit jaar hun profielwerkstuk (sectorwerkstuk). Het profielwerkstuk maakt deel uit van het schoolexamen en speelt dus in dit jaar een belangrijke rol. Leerlingen moeten een voldoende halen voor het profielwerkstuk voordat ze deel mogen nemen aan het centraal examen. Met dit werkstuk laten leerlingen zien dat zij informatie kunnen verzamelen en verwerken en taal- en vakvaardigheden beheersen. In het vierde jaar wordt ook de loopbaanoriëntatie weer voortgezet. Door breedte- en diepteoriëntatie wordt nader kennis gemaakt met het mbo. In klas vier kunnen leerlingen zogenaamde modules kiezen. Deze modules kunnen dienen voor een betere kans in het mbo, ter ondersteuning van een vak of gewoon omdat de leerling een module erg interessant vindt. De modules worden twee uur per week gevolgd gedurende het eerste half jaar. Leerlingen die een zevende vak als eindexamen hebben gekozen, hoeven geen modules te volgen. Leerlingen die overstappen van havo-3 naar mavo-4 volgen een speciale module. Leerlingen die na leerjaar vier over willen stappen naar de havo volgen na de kerstvakantie een speciale module havo-doorstroom. Deze module wordt nog voortgezet als de leerlingen daadwerkelijk in havo-4 zitten. Meer informatie over mavo-4 vindt u in onze mavo-gids leerjaar 4.
Afdelingsleiding


Afdelingsleiding

De afdeling mavo wordt geleid door teamleiders dhr. Wim Blankers en dhr. Bas Vreeswijk. Zij worden daarbij terzijde gestaan door de leerlingcoördinator dhr. Michel van den Einden. Hij is belast met de dagelijkse gang van zaken, zoals zaken die te maken hebben met lesroosters, cijfergeving en rapportage, aan- en afwezigheid, verlofaanvragen, leerlingengedrag. Daarnaast is hij belast met de algemene leerlingenbegeleiding. Mevrouw Desiree van Eeuwijk ondersteunt de afdelingsleiding op veel terreinen. Mevrouw Saskia van Driel is leerlingenbegeleider ten behoeve van leerlingen met sociaal-emotionele problemen of problemen op leergebied.

De decaan, mevrouw Laurie Rademakers, is de eerst verantwoordelijke voor het keuzeproces van de leerlingen in mavo-2, mavo-3 en mavo-4. In nauwe samenwerking met de mentoren en vakdocenten begeleidt zij de leerlingen bij de keuze van het juiste profiel. In de eindexamenjaren verzorgt zij samen met mevrouw Alida Luteyn de loopbaanoriëntatie, die moet leiden tot de juiste vervolgstudie op het mbo. Mevrouw Luteyn is tevens coördinator van de stage in 3-mavo. Meer informatie over het decanaat vindt u hier.

Tot het mavo-team behoren verder de mentoren en een aantal vakdocenten en pleinbeheerders. Het totale team bestaat uit ruim 30 personen die de zorg hebben over ongeveer 400 leerlingen.
De mentor van de afzonderlijke klassen fungeert als spil. Bij hem/haar komt alle informatie bijeen die van belang is voor een adequate begeleiding van de afzonderlijke leerling. Via hem/haar kunnen zaken terecht komen bij de afdelingsleiding, de leerlingbegeleider, de decaan en de vakdocenten.