vwo

 
 Algemeen
Algemeen

Met inbegrip van leerjaar één telt de vwo-afdeling zes leerjaren. Aan het einde van leerjaar drie kiest iedere leerling een profiel uit de Tweede Fase.

De vwo-afdeling kent een eigen profiel. De leerlingen moeten voorbereid worden op een wetenschappelijke studie. De daarvoor benodigde competenties staan centraal in de wijze waarop het vwo-onderwijs is ingericht. Het kennisniveau is daarbij een wezenlijk onderdeel. Het behalen van een goed kennisniveau is een taak van vakkundige docenten. Om een goed basisniveau te garanderen, zijn de vakken Nederlands, Engels en wiskunde in de klassen twee en drie determinerend.

Daarnaast wordt het accent gelegd op specifieke vaardigheden als zelfstandig werken, leren en ontdekken, plannen, onderzoeken en presenteren. Behalve in de instructielessen geschiedt dat eveneens in vakoverstijgende projecten. Op deze wijze tracht de vwo-afdeling iedere leerling op maat te bedienen.

De leerlingen ontvangen voor 1 oktober van het nieuwe schooljaar het examenreglement en het PTA (Programma van Toetsing en Afsluiting). Er zijn vier profielen in de bovenbouw: Cultuur en Maatschappij, Economie en Maatschappij, Natuur en Gezondheid, Natuur en Techniek. Elk profiel kent een verplicht gemeenschappelijk deel, een gekozen profieldeel met verplichte vakken, een keuzeprofielvak en een vrij deel. In het vrije deel kiezen de leerlingen van atheneum vier minimaal één vak. Meerdere vakken kan ook, maar alleen in overleg met de schoolleiding en met positieve advisering van de vakdocenten. Door gebruik te maken van de zogenaamde ‘geleide’ keuze, kunnen leerlingen aan het einde van leerjaar vier de overstap maken naar een ander profiel of examen doen in twee profielen. Het keuzeformulier voor vwo vindt u hier.

De leerlingen krijgen een actievere rol in het leerproces. De docent wordt meer begeleider. Er wordt een groter beroep gedaan op de zelfstandigheid en zelfwerkzaamheid van de leerling. De leerling wordt zo beter voorbereid op het universitair onderwijs en hoger beroepsonderwijs (hbo). Leerlingen werken daartoe onder meer met behulp van moderne technologische hulpmiddelen, zoals de computer, voor een deel op zelfstandige wijze aan hun leerstof.

 

Afdelingsleiding

Afdelingsleiding

De afdeling vwo wordt geleid door teamleider dhr. Hans Barmentlo. Hij wordt daarbij terzijde gestaan door de leerlingcoördinator dhr. Perry D’Elfant. De heer D’Elfant is belast met de dagelijkse gang van zaken, zoals zaken die te maken hebben met lesroosters, cijfergeving en rapportage, aan- en afwezigheid, verlofaanvragen en leerlingengedrag. Daarnaast is hij belast met de algemene leerlingenbegeleiding.

Voor specifieke leerlingenproblematiek wordt de leerlingenbegeleider havo/vwo, dhr. Pascal. Muller, ingeschakeld. Tot de specifieke leerlingenproblematiek worden zowel problemen op sociaal-emotioneel gebied als leerproblemen gerekend.

De decaan, mevrouw Laurie Rademakers, is de eerst verantwoordelijke voor het keuzeproces van de leerlingen in vwo-3 en atheneum 4, 5 en 6. In nauwe samenwerking met de mentoren en vakdocenten begeleidt zij de leerlingen bij de keuze van het juiste profiel. In de eindexamenjaren verzorgt de mentor de loopbaanoriëntatie, die moet leiden tot de juiste vervolgstudie op universiteit of hbo. Meer informatie over het decanaat vindt u hier.

Tenslotte fungeert de mentor van de afzonderlijke klassen als spil. Bij hem/haar komt alle informatie bijeen die van belang is voor een adequate begeleiding van de afzonderlijke leerling. Via hem/haar kunnen zaken terecht komen bij de afdelingsleiding, de leerlingbegeleider, de decaan en de vakdocenten.

 

Opbouw van het onderwijs

Opbouw van het onderwijs

In leerjaar twee en drie krijgen de leerlingen te maken met alle vakken die ze in de bovenbouw kunnen kiezen zodat ze een gedegen keuze kunnen maken. In de bovenbouw wordt gewerkt met een geperiodiseerd halfjaarrooster. Dat betekent dat niet in elke periode alle vakken worden gegeven. Deze beperking van vakken, moet leiden tot een efficiëntere aanpak, waardoor de leerlingen zich op minder vakken kunnen concentreren. De mentor en vakdocent zullen daarbij een begeleidende rol spelen.

 

Nieuwe exameneisen

Nieuwe exameneisen

De leerlingen van het vwo zullen vanaf 2016 geconfronteerd worden met nieuwe exameneisen. Zij zullen in 2016 voor alle Centraal Examens gemiddeld een 5,5 moeten scoren. In 2016 geldt buiten deze regeling ook de regel dat in de vakken Engels, Nederlands en Wiskunde slechts een maal een vijf mag worden gescoord. Daarnaast moeten de leerlingen een rekentoets afleggen waarvan het resultaat vermeld zal worden op de cijferlijst en die voldoende zal moeten zijn. Er bestaat op het vwo een adequaat taalbeleid en rekenbeleid waarbij leerlingen worden gescreend en vervolgens worden geholpen waar nodig.

 

Toelating tot 5-vwo

Toelating tot het vijfde leerjaar vwo

Leerlingen die in het bezit zijn van een havo-diploma, zijn toelaatbaar tot de vijfde klas atheneum, indien zij aan de eisen van profielen en vakken kunnen voldoen. Ook voor deze doorstroming geldt dat elk verzoek tot toelating door een toelatingscommissie wordt beoordeeld. Het advies van de commissie zal afhangen van het gekozen profiel en vakken in verband met de inpassing van het examendossier. Daarnaast zal in haar besluit de motivatie van de leerling en het advies van de afleverende school of afdeling zwaar wegen. De overgangsnormering vindt u hier.

 

Afdeling Gymnasium

Afdeling Gymnasium


Algemeen

In het schooljaar 2009-2010 is de afdeling gymnasium van start gegaan in klas 1. Inmiddels is in het schooljaar 2015-2016 de eerste lichting geslaagd. Gymnasium betekent een atheneumopleiding met klassieke vorming: Latijn, Grieks en Klassiek Culturele Vorming (KCV). De leerlingen van het gymnasium krijgen meer lesuren te verwerken dan de leerlingen van het atheneum en zullen ook meer aan projecten en competities deelnemen.

In het gymnasium wordt een accent gelegd op meertaligheid en vaardigheden zoals in het atheneum onderwijs. Wat de talen betreft zullen naast Nederlands, Engels en Latijn ook Frans, Spaans en Duits worden aangeboden. Daarbij is de voertaal tevens de doeltaal. Dat betekent dat de lessen gegeven worden in de moedertaal, voor zover dat mogelijk is.

Op deze manier wordt de invulling van het gymnasium op het Heerbeeck College gegeven aan klassieke vorming, en daagt het leerlingen uit. Dat vraagt van hen een studiehouding waarbij naast de individuele kenniscapaciteiten ook een beroep wordt gedaan op een breder scala van vaardigheden.