Veilige school

Veilig leefklimaat

 

Veilig leefklimaat

Op een school moet elke leerling zichzelf veilig en prettig kunnen voelen. Om daarvoor te zorgen worden verschillende maatregelen op school getroffen:

* leerlingen kunnen bij de mentoren en leerlingbegeleiders terecht met persoonlijke problemen;
* deze personen kunnen doorverwijzen als een leerling het slachtoffer is geworden van ongewenst gedrag (geweld, agressie of ongewenste intimiteiten) van medeleerlingen of medewerkers van de school;
* er wordt in de daarvoor bestemde lessen aandacht besteed aan onderwerpen zoals diefstal en vandalisme, om de leerlingen te wijzen op de gevolgen van asociaal gedrag;
* pestgedrag wordt streng aangepakt;
* er is videobewaking op school, ter verhoging van de veiligheid;
* iedere leerling kan een kluisje huren, zodat spullen veilig opgeborgen kunnen worden.

Daarnaast heeft de school een convenant ‘veilige school’ met de politie en het bureau Jeugdcriminaliteitspreventie gesloten. Deze overeenkomst kent ondermeer de volgende afspraken:

* wetsovertredingen en misdrijven die in of rond de school plaatsvinden, worden bij de politie gemeld of aangegeven;
* de schoolleiding heeft het recht om de aan de leerlingen ter beschikking gestelde of verhuurde kluisjes te openen;
* bij het doen van aangifte door een leerling begeleidt en ondersteunt de school deze leerling;
* de school biedt steun aan leerlingen die slachtoffer dreigen te worden van een strafbaar feit;
* slachtoffers van een misdrijf kunnen gebruik maken van Bureau Slachtofferhulp.

Roken & alcohol

 

Roken en het gebruik van alcohol

Een school dient ook een gezonde plek te zijn. Wat roken en het gebruik van alcohol betreft, geldt de wet als uitgangspunt. Roken is daarom in het schoolgebouw verboden. Tijdens door de school georganiseerde feesten, activiteiten en vieringen is het gebruik van alcoholische dranken niet toegestaan, met uitzondering van het Galafeest en het Bovenbouwfeest, waarbij uiteraard wat betreft leeftijdsgrenzen de wet ook dan uitgangspunt is en er een matigheidsbeleid wordt toegepast. Ook mogen leerlingen niet op school komen als ze van tevoren alcohol of drugs hebben gebruikt.

Er geldt een rookverbod voor alle leerlingen zowel in de school als op het schoolplein (ook niet buiten het hek in het zicht van de school). De school beschikt over een beleidsdocument waarin is opgenomen op welke wijze de school het gebruik van alcohol en drugs wil tegengaan.

Fietsenstalling

 

Fietsenstalling 

Er zijn ook regels die ervoor dienen om fiets of bromfiets c.q. scooter te beschermen. Alle fietsen moeten in de rekken van de fietsenstalling geplaatst te worden. Voor zogenaamde transportfietsen gelden weer aparte regels. Er is een aparte stalling voor bromfietsen/ scooters.

Het spreekt vanzelf dat fietsen en bromfietsen op slot gezet moeten worden. (Brom)fietsen en andere persoonlijke bezittingen zijn niet door school verzekerd tegen beschadiging of diefstal. In verband met geluidsoverlast mogen de bromfietsers de motor pas buiten het schoolterrein starten. De conciërges zien erop toe dat de leerlingen zich aan deze regels houden, om schade aan hun eigen (brom)fiets en die van andere leerlingen te voorkomen.

Mobiele telefoons & geluidsdragers


Mobiele telefoons en geluidsdragers

In de school mogen mobiele telefoons en geluidsdragers zoals mp3-spelers, iPods etc. alleen aanstaan c.q. gebruikt worden in de garderobehal, de aula en op het buitenterrein. In de les mogen deze apparaten, die onder andere een agendafunctie hebben, alleen op aangeven van de docent worden gebruikt. Misbruik van deze apparaten (te hard zetten, ongewenst foto’s of films maken) is ten strengste verboden.

Pestprotocol 

Pestprotocol

Het Heerbeeck College werkt met een pestprotocol. Dit pestprotocol is bedoeld om alle betrokkenen op de hoogte te stellen van alles wat de school wil doen om een zo veilig mogelijk schoolklimaat te scheppen. Alle direct betrokken partijen hebben een taak bij het tegengaan van pesten: leerkrachten, ouders en leerlingen (gepeste kinderen, pesters en de zwijgende middengroep). De school moet samen met ouders en leerlingen het pestprobleem proberen te voorkomen.

Deze preventieve aanpak bestaat uit de volgende onderdelen:
* elke mentor bespreekt ergens aan het begin van het schooljaar de algemene afspraken en regels in de klas. Het onderling plagen en pesten wordt hierbij genoemd en onderscheiden en er wordt aandacht besteed aan het cyberpesten;
* tevens bespreekt de mentor in zijn klas het pestprotocol. Ook wordt duidelijk gesteld dat pesten altijd gemeld moet worden en niet als klikken wordt beschouwd, maar als hulp bieden of vragen;
* in de leerjaren 1 t/m 3 wordt aandacht besteed aan pesten in één of meerdere studielessen. De leerlingen ondertekenen aan het eind van deze les(sen) een aantal samen gemaakte afspraken (het pestcontract);
* indien een mentor of docent daartoe aanleiding ziet, besteedt hij expliciet aandacht aan pestgedrag in een groepsgesprek. Hierbij worden de rol van de pester, het slachtoffer, de meelopers en de stille getuigen benoemd. Van de gesprekken rond pesten worden aantekeningen gemaakt, die door de mentor worden bewaard in het leerlingvolgsysteem van zowel de pester als het slachtoffer;
* wanneer pesten, ondanks deze preventieve aanpak, toch de kop opsteekt, beschikt de school over een curatieve aanpak. Hierbij worden alle partijen betrokken: de school, de jongere die gepest wordt, de pester, de middengroep en de ouders. De te nemen  maatregelen kunnen variëren van een probleemoplossend gesprek met pester en gepeste tot het zoeken van passende hulp voor pester en/of gepeste. Als iemand herhaaldelijk pest, kan hij/zij ertoe verplicht worden om een individueel programma te volgen.

Overige praktische zaken

 

Overige praktische zaken

Over de volgende onderwerpen kunt u informatie terugvinden in onze schoolgids (hoofdstuk 7):

– regels tijdens de les
– huiswerk en voortgang van de studie
– lichamelijke opvoeding
– corveeregeling
– pauzes
– informatievoorziening gescheiden ouders